Geplaatst in Kinderwoorddienst

Derde paaszondag

Naar Emmaüs

Jezus was dood. Zijn vrienden waren bang en heel bedroefd. Bang, omdat ze dachten dat ze misschien ook wel zouden worden opgepakt door de soldaten, ze waren tenslotte vrienden van Jezus. En bedroefd, omdat al het mooie dat ze met Jezus hadden nu voorgoed voorbij was.
Een van de vrienden die Kleopas heette, zei: ‘Ik blijf hier niet zitten. Ik ga naar huis. Het verandert allemaal toch niet.’
‘Ik ga met je mee’, zij een ander. En daar gingen ze. Van Jeruzalem naar Emmaüs, waar zij woonden; een lange weg van tien kilometer.
Onderweg praatten ze met elkaar over wat er gebeurd was. Een vreemde man kwam plotseling tussen hen in lopen; ze liepen verder met zijn drieën. Deze vreemde man vroeg: ‘Waarover praten jullie?’ Ze begrepen echt niet waarom hij deze vraag stelde. Zou die vreemde man dan de enige zijn die niet wist wat er in Jeruzalem met Jezus was gebeurd? Zou hij dan niet weten dat hun vriend Jezus gedood was aan het kruis? Het was nog maar drie dagen geleden gebeurd….
‘Weet u dan niet wat er de afgelopen dagen in Jeruzalem gebeurd is?’, vroegen ze Hem. De vreemde man vroeg: ‘Wat dan?’ Kleopas vertelde: ‘Ze hebben onze vriend Jezus vals beschuldigd. Ze dachten dat hij ons zou bevrijden van de Romeinen, die de baas spelen. Maar Jezus wilde helemaal niet vechten en oorlog voeren. Hij wilde ook niet zelf de baas spelen. Hij wilde alleen maar laten zien hoe mensen liever en beter met elkaar kunnen omgaan. Hij heeft ons geleerd wie God is. En daarom – ja echt alleen daarom – hebben ze Hem te pakken genomen en aan het kruis dood laten gaan. Ze hebben Hem in een graf gelegd met een grote steen ervoor. Nu hebben een paar vrouwen gezegd dat ze Jezus weer hebben gezien. Maar dat geloof je toch niet?! Dat is te mooi om waar te zijn.’

emmaus

Toen zei de vreemde man: ‘Begrijpen jullie het dan niet? Je weet toch wat de profeten gezegd hebben over Jezus. Ze hebben toch voorspeld dat de Messias moest lijden. En je kent toch alle verhalen van Jezus? Dat hij nooit opgaf, en altijd opnieuw begon! En jullie kennen toch ook het verhaal wel van Noach en de regenboog aan de hemel? Dat God daarmee wil zeggen, dat Hij de mensen nooit meer verlaat! Jezus zei toch, dat God altijd doet wat hij heeft beloofd. En wat heeft de God van Jezus beloofd? Juist! Dat Hij zijn Zoon weer zou laten verrijzen! Of geloven jullie dat ook niet?’ De vreemde man zuchtte diep…

Kleopas voelde zich al een stuk minder verdrietig. Hij zei: ‘Oh, we zijn er. Dit is ons huis. Heeft u misschien zin om samen met ons te eten. Het wordt al donker en dan is het ook niet fijn om alleen verder te gaan. Dat wilde de vreemde man heel graag. Hij ging mee.
Ze gingen aan tafel en toen nam de vreemde man het brood in zijn handen. Hij sprak de zegen uit en dankte God. Hij brak het brood en gaf het aan hen. Toen – ineens – hadden ze het door: ze herkenden Hem. Ze zagen het echt! Het was Jezus.
Meteen verdween Jezus weer uit hun midden. Ze renden nog naar buiten … maar ze zagen Hem niet meer. Dit moesten ze aan de anderen gaan vertellen: snel terug naar Jeruzalem.
Ze vertelden aan hun vrienden wat er allemaal gebeurd was. Nu wisten ze het heel zeker. Jezus is niet dood. Hij leeft en is nog steeds dicht bij zijn vrienden. Ze hadden Hem herkend toen Hij het brood in stukken brak en uitdeelde. Ze konden wel dansen van blijdschap!

Dit is het Woord van God
Kinderen: Wij danken God

Gesprek met de kinderen

Help de kinderen bij het napraten over het verhaal een beetje op weg met een aantal vragen:

Waarom waren de twee vrienden verdrietig?
Wat gebeurde er onderweg?
Vonden zij het eerlijk wat er met Jezus gebeurd was?
Wie was die vreemde man, die met hen meeliep?
Wanneer hadden ze door dat het Jezus was?
Waaraan herkenden zij Jezus?
Waarom voelden zij zich aan het einde van het verhaal blijer?

Stel dan de vraag of de kinderen het een verdrietig of een blij verhaal vonden, en waarom.

Laat ze er over vertellen.

Vraag dan of ze zelf weleens het gevoel hadden dat Jezus bij hen was. Als er kinderen ‘ja’ antwoorden, praat daar dan verder over. Hoe was dat? Hoe wist hij/zij dat het Jezus was. En werden ze er ook blij van, net als de Emmausgangers? Of bijvoorbeeld getroost?

Wegwijzers maken

richtingwijzer blauw

Zelf wegwijzers maken

De leerlingen weten niet zo goed hoe ze verder moeten. We gaan ze helpen en zullen ze de weg wijzen.
Eerst naar Emmaüs (10 km), dan weer terug naar de grote stad Jeruzalem.

Nodig:
• 2 vellen stevig (wit of lichtgekleurd) papier (20 bij 70 cm)
• Ducttape of klustape
• Schaar
• Twee stevige latten of stokken.
• Grote viltstift

Doen:
Knip van de stroken de laatste 10 cm tot een pijlpunt.
Hierdoor ontstaat een wegwijzer.

Schrijf de plaatsnamen en de afstand erop.
Plak de wegwijzers vast met Ducttape aan de lat.

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s