Geplaatst in Kinderwoorddienst

Pinksteren

Pinkstervertelling

Jezus is gestorven en begraven. Heel veel verdriet en tranen natuurlijk. Wat moest er nu gebeuren? Op Paasmorgen ging Maria naar het graf. De steen was weggerold. Ze keek naar binnen. Daar zag ze twee engelen zitten. Ze hadden witte kleren aan. Ze schrok! Ze zag het lichaam van Jezus nergens meer en ze begon te huilen. De engelen vroegen Maria: “Waarom huil je?” Maria zei: ”Jezus is weg!”
Toen hoorde ze iets en keek ze achterom. En daar stond iemand. Maria dacht dat het de tuinman was. Maar toen ze heel goed keek … zag ze het wel goed? De man vroeg: “Wie zoek je?” Maria zag dat het Jezus was! Ze wilde naar Jezus toelopen en Hem vasthouden, zo blij was ze dat ze Hem zag. Maar Jezus zei: “Je moet me niet vasthouden”. Hij zei dat Hij naar zijn Vader zou gaan in de hemel. Hij vroeg Maria om naar de leerlingen te gaan en dat te vertellen.
Daarna kwam Jezus nog een keer bij de leerlingen. Opeens was Hij er! Hij liep langs de leerlingen en wenste hen vrede. Ook blies Hij hen in hun gezicht en zei: “Nu hebben jullie de heilige Geest gekregen die jullie zal helpen”. En dan verdween Hij weer.

Het werd Hemelvaart. Jezus en de leerlingen waren bij elkaar. Jezus stelde hen moeilijke vragen waar ze erg over moesten nadenken. En Jezus sprak weer over de heilige Geest van wie zij kracht zouden ontvangen. Toen gingen ze naar buiten. Jezus ging naar de hemel. Hij was weg; waar ze ook keken, nergens zagen ze Jezus meer. De leerlingen keken steeds naar boven, alsof Jezus nu hoog in de lucht zou zijn. Tot ze een stem hoorden: “Houd toch op met naar boven te kijken. Daar zul je Jezus echt niet vinden. Zoek je Jezus, kijk dan gewoon naar mensen om je heen! Hij gaat met jullie mee onderweg, als je aan Hem denkt, over Hem praat en doet wat Hij jullie gevraagd heeft. Ga maar, dan zul zien dat het echt zo is.”

Pinksteren is de dag waarop de Joden het oogstfeest vieren. Het was druk in de stad, want het was feest. Maar niet voor de leerlingen. Zij waren met Maria, de moeder van Jezus bij elkaar om samen te eten. Ze durfden nog niet naar buiten te gaan, want misschien zouden zij ook gevangen genomen worden, net als ze met Jezus hadden gedaan.
Opeens begon het te waaien, overal in huis, alsof de ramen open stonden. Het waaide heel hard … En er kwam vuur! Ze voelden het van binnen, maar je zag ook op ieders hoofd een vlammetje. De leerlingen voelden zich helemaal warm worden. Ze wisten niet wat er met hen gebeurde, maar ze begonnen allemaal te praten, door elkaar heen, in talen die ze helemaal niet kenden. Ze keken elkaar verbaasd aan. Wat gebeurde er nou?
Ze hadden het tot nu toe heel eng gevonden om naar buiten te gaan en de mensen over Jezus te vertellen. Maar nu voelden ze een kracht in zich en durfden ze alles! Ze gingen de straat op en begonnen de mensen te vertellen over de wonderen van God en Jezus hun vriend. Het maakte niet uit welke taal de mensen spraken, iedereen kon hen verstaan. De mensen gingen begrijpen dat Jezus niet dood was. Ze zeiden: “Je kunt Hem niet meer zien, maar Hij is er nog steeds. Hij leeft!” De mensen die naar hen luisterden werden zelf ook blij en enthousiast.
De wind en het vuur, dat had te maken met de heilige Geest, die als een adem de mensen kracht geeft. Het was zoals Jezus gezegd had: deze heilige Geest was een trooster, een helper voor de mensen. Zo ging het verhaal heel snel door de wereld! Als een lopend vuurtje! En het vlammetje brandt nog altijd, ook hier bij ons in deze kring. Het vuur van Pinksteren was het allereerste begin van onze kerk.

Dit is het Woord van God
Kinderen: Wij danken God

Gesprek met de kinderen

Vijftig dagen tellenpinksteren7
U kunt de vijftig dagen visueel maken met blokjes, kralen, steentjes of Legosteentjes.
Gebruik bij voorkeur de liturgische kleuren: Geef Pasen een grote witte steen, gevolgd door 39 kleine witte. De 40e steen is Hemelvaart. Gebruik hiervoor een weer grotere steen. Dan nog 9 naar Pinksteren. Geef de 10e steen van Pinksteren de kleur rood.

Om de kinderen verband te laten leggen kunt u er voor kiezen om vragen te stellen, terwijl u de stenen aanwijst.
Wat gebeurde er met Pasen? Wat gebeurde er met Hemelvaart? En wat gebeurde er met Pinksteren?

Met Pinksteren denken we terug aan Pasen. 50 dagen geleden verscheen de opgestane Jezus aan Maria uit Magdala. Zij was naar het graf gegaan en ontdekte daar dat de steen was weggerold en Jezus’ lichaam was verdwenen. Hij vertelt haar dat ze Hem “niet moet vasthouden”, omdat Hij naar zijn hemelse Vader gaat (Hemelvaart). Ze krijgt de opdracht naar de leerlingen te gaan om te vertellen dat ze Hem gezien heeft.
Jezus zendt zijn leerlingen erop uit en geeft hen ‘adem’ mee, ofwel heilige Geest. De straat op gaan is niet gemakkelijk en ze zien er tegen op, want ze zijn bang. Ze trekken zich terug in de zaal waar ook het laatste avondmaal werd gegeten. En daar gebeurt het. Ze schrokken ervan. Er was wind en overal een soort ‘tongen van vuur’. Ze worden vervuld van heilige Geest. Ze kunnen spreken in vreemde talen. Hierdoor kan iedereen die in Jeruzalem is voor het Joodse Pinksterfeest, hen verstaan.
De angst van de leerlingen om de straat op te gaan en over Jezus te gaan vertellen verdwijnt. Heel veel mensen worden zo enthousiast door wat de leerlingen vertellen, dat zij zelf ook bij Jezus willen horen. Zij laten zich dopen en worden nu ‘christen’ genoemd; net als de leerlingen. Ze horen bij Jezus die ook de Christus wordt genoemd.

Over durven en bang zijn
Praat met de kinderen door over het feit dat de leerlingen bang waren om de straat op te gaan om over Jezus te gaan vertellen.
Vraag aan de kinderen of zij ook wel eens bang zijn om iets te vertellen tegen een ander?
Of om iets te gaan doen, wat ze spannend vinden. Hoe pakken zij dat aan? Hebben zij dat wel eens meegemaakt? Kunnen zij voorbeelden noemen? En wat hielp hen toen om het toch te durven?
Snappen de kinderen dat het voor de leerlingen spannend was om over Jezus te gaan vertellen? Vertellen zij zelf wel eens over Jezus aan anderen kinderen?
Als je iets spannend vindt om te gaan doen, is het best fijn als je een steuntje in de rug krijgt. De leerlingen van Jezus kregen de heilige Geest als Helper. Wat of wie helpt de kinderen als ze bang zijn om iets te gaan doen?
Denk bijv. aan een spreekbeurt op school. Of misschien heb je wel eens meegemaakt dat je met vriendjes over een slootje ging springen. Een kind durfde eerst niet. Anderen waren er al overheen gesprongen. “Jij kunt het ook!” riepen de anderen. “Wacht even” zei dat kind: “Ik moet eerst nog durven!”

Hoe weet je dat de Geest je helpt?
Zouden alle mensen de heilige Geest als helper kunnen krijgen? Praat met de kinderen over deze vraag. Probeer door te filosoferen over de heilige Geest als Helper. Hoe kan je voelen of weten dat de Geest je helpt? Je kunt de heilige Geest niet zien, maar als je je een voorstelling moest maken, hoe zou je de Geest dan omschrijven of tekenen?

Symbolen
Mensen hebben symbolen / beelden gegeven aan de heilige Geest. Wind en vuur zijn symbolen voor de heilige Geest die in het verhaal van vandaag worden genoemd. Vuur verwarmt en wind brengt je in beweging. Vinden de kinderen dit goede symbolen voor de heilige Geest?
Weten de kinderen nog meer symbolen die zij goed bij de heilige Geest vinden passen? (in de Bijbel vinden we woorden als wind, vuur, olie, wijn, duif, zegel, water. In de kunst wordt de heilige Geest ook afgebeeld als stralen uit de hemel). De duif is een veel gebruikt symbool voor de heilige Geest. In de middeleeuwen werden er zelfs duiven los gelaten in de kerk.
Probeer de kinderen te laten uitleggen waarom ze een bepaald symbool bij de heilige Geest vinden passen of juist niet.
Ook stuurden mensen elkaar vroeger een Pinkstergroet en strooiden ze rozenblaadjes van de pioenroos in de kerk.

Creatief kleurplaat

Vliegende duiven

Maak een duif, het teken van de heilige Geest, en laat zien dat hij liefde komt brengen.

Nodig:
– Print van duif en hartje (zie hiernaast) op stevig wit papier
– Scharenpinksterduif1
– Touwtjes of lintjes
– Tak of stok

Laat de kinderen de duif uitknippen en het hartje. Versier het hartje of geef een schrijf opdracht (gedichtje, elfje, woorden die met de heilige Geest of kracht te maken hebben)
Maak het hartje aan de duif vast en maak de duif vast aan een tak of stok.

Tip:
1. U kunt ieder kind een eigen duif aan een stokje laten maken zodat de duif ‘vliegt’.
2. U kunt alle duiven aan een stok hangen als een mobile (op verschillende hoogtes).

Durf-spelletje

De kinderen mogen in een kring komen staan. Een volwassenen staat in het midden van de kring en vertelt wat u gaat doen: Een spel van vertrouwen.

vertrouwenMet je ogen dicht je laten vallen in de armen van iemand die je opvangt.
U telt tot drie en dan draaien zij zich om zodat ze met de rug naar u toe staan.
U vraagt alle kinderen hun handen voor hun ogen te doen. U gaat achter een kind staan en tikt het kind op de schouder. Dit is het teken voor het kind om zich langzaam achterover te laten vallen. Wie durft erop te vertrouwen dat u hem/haar opvangt?

bron : kinderwoorddienst.nl en theobule.org

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s